Zondag 17 mei 2026
Er hangt altijd iets in de lucht op de laatste dag van het kamp. Iets wat moeilijk te benoemen is. Het is niet precies verdriet, want niemand heeft echt zin om te huilen bij het oprollen van een tentdoek. Het is niet precies vreugde, want de rugzakken zijn zwaar en de slaap was de afgelopen nachten spaarzaam. Het is iets daartussenin, een gevoel dat je alleen kent als je vier dagen lang met honderdvijfentwintig mensen hebt geslapen, gegeten, gelachen, nat geregend bent en samen een vloek van duizend jaar hebt verbroken.
Zo begon de laatste dag in Wiltzia. En niets liep zoals we dachten.
Tentenkamp wordt weer grasland… in theorie
De ochtend begon geordend. Bagage eerst, ontbijt daarna: rugzakken werden gepakt nog voor de boterhammen op tafel stonden, zodat de tenten konden drogen en de vrachtwagen na het ontbijt snel geladen kon worden. Een goed plan. Een ijzersterk plan, zelfs.
Tot, de vrachtwagen niet wilde starten.
De accu was leeg. Zo leeg dat geen vriendelijk woordje of hoopvol sleuteltje draaien er iets aan kon veranderen. De chauffeur en een handvol handige vrijwilligers gingen aan de slag met reserve-accu’s, geduld en de vaste overtuiging dat een vrachtwagen die het kamp ín was gereden, ook het kamp úit kon komen. Na de nodige inspanningen lukte dat ook. De motor sloeg aan. Opgelucht ademhalen.
Maar toen moest de trekker worden verplaatst om de trailer bij het kampterrein te zetten. Maar de trekker stond vast. Letterlijk. Geen millimeter beweging, hoe vaak er ook geprobeerd werd. Het kampterrein had zijn greep op ons nog niet losgelaten.
Na vele pogingen en een blik op de klok die steeds ongemakkelijker werd, was de beslissing snel gemaakt: een professioneel bergingsbedrijf moest ons helpen. Die was onderweg. Alleen: de bus was er ook bijna.
De afsluiting die niemand had ingepland
En dus stonden we met zijn allen in een kring. Niet bij een altaar in een groeve, niet met rook en ceremonie. Gewoon op het kampterrein, bagage om ons heen, de vrachtwagen nog koppig op zijn plek. Onze voorzitter nam het woord en legde uit wat er aan de hand was. Er zou geen uitgebreide slotceremonie komen. Geen lange speech. Maar wat er wél zou komen, kwam uit onze tenen zo hard: De Scouting Brandevoort yell. Hard. Met zijn allen. Zo hard dat Wiltzia het nog kon horen.
En daarna deelde we aan iedereen de kampbadges uit. De insignes van THUIS 2026, van het jubileumkamp, van vier dagen Luxemburg. En daarna liepen de bevers, welpen, scouts en alle anderen naar de bus die al stond te wachten aan de rand van het terrein.
De terugreis
De bus vertrok uit Wiltz. Door de heuvels van Luxemburg, langs dezelfde kronkelende wegen waarlangs we vier dagen eerder waren aangekomen. Maar nu in omgekeerde richting, met zwaardere rugzakken, lichtere gemoederen en verhalen die al begonnen te groeien in de vertelling. Zoals verhalen dat doen als ze weten dat ze de moeite waard zijn.
Nergens in de bus zong iemand. Ergens sliep iemand diep, met het hoofd tegen het raampje. Ergens werd een spel gespeeld met regels die onderweg werden verzonnen. Rond kwart over drie kwamen we aan op station Brandevoort. Ouders wachtten. Rugzakken werden overgedragen. Bevers verdwenen in de armen van mensen die ze gemist hadden.
De vrachtwagen liet nog even op zich wachten. Een uur nadat de bus was vertrokken, had het bergingsbedrijf de trekker eindelijk losgetrokken. De trailer, inmiddels door achtergebleven vrijwilligers met de hand volgeladen, kon eindelijk rijden. Dat betekende dat de vrachtwagen flink later dan gepland bij de blokhut in Helmond zou aankomen. Er ging een oproep uit: wie kon komen helpen uitladen?
Wat er daarna gebeurde, hadden we niet durven hopen.
Tientallen ouders kwamen opdagen. Niet een handjevol, niet de gebruikelijke trouwe gezichten, maar tientallen. Scouts die net thuis waren, draaiden om en kwamen terug. En zo stond er bij de blokhut een mensenmuur klaar op het moment dat de vrachtwagen arriveerde. Binnen een uur was alles uitgeladen, waren de tenten uitgehangen en lag het grootste deel van de spullen weer op de juiste plek.
Een kamp dat begon met honderdvijfentwintig mensen die samen vertrokken, eindigde met een blokhut vol mensen die niemand had gepland maar die gewoon kwamen helpen. Dat is misschien wel het mooiste wat je over Scouting Brandevoort kunt zeggen en het mooiste compliment voor de organisatie van het THUISkamp.
En Wiltzia? Wiltzia bleef achter in Luxemburg. Maar een stukje ervan, de moed, de wijsheid, de vriendschap, de gezondheid, dat namen we mee naar huis.
Het kamp is voorbij. De queeste is voltooid. En Scouting Brandevoort is 25 jaar oud.
