Vrijdag 15 mei 2026
De ochtend begon zoals kampochtenden horen te beginnen: met de geur van koffie, vochtige schoenen en een heerlijk roerei met spek. Buiten drogen de tenten enigszins in het vroege licht. Wie de nacht rustig had doorgeslapen, stond er fris bij. Wie dat niet had gedaan, zette een extra beker koffie in.
Een zieke gast aan tafel
We hadden nog niet goed en wel onze eerste boterham achter de kiezen of het terrein verstomde. Victoria Vijzel wankelde het kampement op. Ooit de hoedster van gezondheid in heel Wiltzia, nu een schim van zichzelf. Ze kreunde, ze proestte, ze hoestte op een manier die je deed twijfelen of ze de lunch nog zou halen. Elke stap kostte haar zichtbaar moeite.
De Vijzel was gestolen, zo legde de Heraut het uit. En daarmee was de gezondheid uit Wiltzia verdwenen. Victoria wist waar Melesandra het voorwerp had begraven — maar graven? Daarvoor had ze de kracht niet meer. De scouts aarzelden geen moment. Wat kon graven, groef. De aarde van Wiltzia gaf haar geheim schoorvoetend prijs. En daar, diep in de grond, glansde iets. Goud. De Gouden Vijzel. Een kreet van triomf steeg op over het kampterrein. Voor het eerst die ochtend keerde er kleur terug op de wangen van Victoria Vijzel.
De Vijzel nam haar plaats op het altaar. Twee objecten gevonden. Twee nog te gaan.
De ochtend behoorde iedereen toe
Daarna verspreidde iedereen zich — en in alle richtingen tegelijk. Het kampterrein en de omgeving van Wiltz veranderden in een werkplaats vol activiteiten. De bevers en welpen klommen en slingerden door het klimparcours: slaglines, touwbruggen, hangbruggen en een kabelbaan, en tussendoor maakten ze ook hun eigen das. De scouts en explorers gingen een niveau hoger: klimmen op eigen niveau, met parcours die meer vroegen dan alleen sterke armen.
Wie liever zijn voeten op de grond hield, trok erop uit. Een groep legde een stevige wandeling af door de heuvels rondom Wiltz. Een andere groep reed per auto naar de omgeving van de Ardennen voor de Memorial Trail — 2,8 kilometer langs de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, door een landschap dat zijn verhalen nog altijd niet helemaal heeft prijsgegeven.
Op het terrein zelf werd met volle overgave geknutseld. Bij natuurknutselen werden takken, blaadjes en wat de Luxemburgse bosbodem verder te bieden had omgetoverd tot iets moois. Bij speksteen werkten tientallen handen geduldig aan amuletten: raspen, vijlen, slijpen, en uiteindelijk toch iets herkenbaars. Een andere groep boog zich over Catan, Carcassonne en Kubb, wat leidde tot de nodige diplomatieke spanningen en strategische allianties.
En dan waren er nog de vaardigheidsinsigne-enthousiastelingen, die vrijdag hun kans grepen om te laten zien wat ze in huis hadden. Een handvol anderen stortte zich op geocaching: schatzoeken op moderne wijze, waarbij de aanwijzingen via een app komen maar de vondst toch e/cht in de modder ligt.


De Heraut valt
Tijdens de lunch sloeg de rust aan scherven. De Heraut, strompelde het kampement binnen. Zijn kleding gescheurd, bebloed en zijn gezicht vertrokken van pijn. Een Schaduwganger had hem aangevallen. Heer Willem Wiltz snelde toe en ondersteunde hem. De stemming aan tafel verstarde. Als zelfs de Heraut niet veilig was, wie dan wel?
Wiltz in
’s Middags trokken we de stad in. In groepjes verspreidden scouts, welpen, explorers en rovers zich door de straten van Wiltz voor het dorpsspel. Ieder groepje had een mapje vol opdrachten en posten: van seinen met semaforen hoog vanuit de toren tot galopperen op een hobbelpaard, van speuren en puzzelen tot quizzen over van alles en niets. Wiltz bleek een mooie stad om doorheen te trekken, met stenen straten en een kasteel op de heuvel. De bewoners sloegen de stoet scouts met vriendelijke verbazing gade.


Ferry Veer weet het zelf ook niet
Terug op het kampterrein was er even wat vrije tijd. Tot er bij de ingang van het kampement een figuur opdook die niemand meteen herkende als ridder. Zijn mantel zat wat vreemd. Zijn blik was die van iemand die zojuist wakker is geworden in een onbekende stad en geen idee heeft waar ie is. Hij keek om zich heen, knipperde een paar keer, mompelde iets onsamenhangends en vroeg twee scouts wie ze in hemelsnaam waren.
Ferry Veer. Ooit de bewaker van alle wijsheid in Wiltzia. Nu een wandelende vergissing. Hij had al jaren een kaart bij zich, zo vertelde hij, althans, hij dacht dat hij dat vertelde, volledig duidelijk was het niet. De kaart moest hem naar de Gouden Ganzeveer leiden. Maar Ferry begreep er niets van. Hij had geen idee, van niks.
Hij liep de verkeerde kant op, struikelde over zijn eigen voeten en vroeg ernstig of de rivier soms van links naar rechts liep of andersom. De scouts namen het over. De kaart leidde naar de brug. Onder de brug: een aanwijzing. Die aanwijzing leidde naar de tunnel. In de tunnel: nog een raadsel. En aan het einde van dat raadsel: glanzend, vederlicht en onmiskenbaar gouden, lag de Ganzeveer van Wijsheid.
Het moment dat Ferry hem vasthad, veranderde er iets. Hij rechtte zijn rug. Hij zweeg even. En toen begon hij te spreken op een manier die niemand van hem had verwacht: helder, welbespraakt, precies. Alsof de woorden al die tijd in hem hadden gewacht op dit ene moment. De Gouden Ganzeveer werd in triomf meegenomen naar het altaar. Twee objecten gevonden op deze dag. Eén nog te gaan!
Het spel en de nacht
Het avondspel draaide om scoutingtechnieken: goudstukken verdienen, schatkisten veroveren, bronzen zegels verzamelen. Wie de grootste schat had, won.
En daarna, diep in de nacht, vertrok een groep voor de dropping. Donker. Stil. Ergens in Luxemburg. De details bewaren ze voor zichzelf.
Drie objecten veilig op het altaar. De Ganzeveer van Wijsheid nog vermist.
Morgen wordt de dag van de waarheid.
Meer foto’s zijn te vinden in het foto album. Dit is alleen te bekijken wanneer je ingelogd bent met je SOL account.
Wat zeggen ze zelf?
Richard “Sophie Schild noemde me lelijk. Maar de moppen waren goed!”
Nelyn “Victoria Vijzel was echt zielig. Ik wilde haar knuffelen. Maar ze rook een beetje.”
Theo “Ik wist van niks. Dat was het ergste deel. Of het zingen. Een van de twee.”
Thijs “Die seinen vanuit de toren snapte ik echt niet. Maar we deden net alsof.”
De Bevers (collectief) “Ferry was de weg kwijt. En toen was hij blij. En toen kregen we eten.”
Sten “Drie objecten. Eén te gaan. Morgen knallen.”
Wil jij ook in de Courant? Geef je quote door aan de leiding!
